Powerbanks (ook wel externe batterijen, batterijpakketten, draagbare opladers, zakopladers, powerstations, enz. genoemd)
- Per passagier is slechts één powerbank toegestaan.
- Het aantal watturen (Wh) mag maximaal 100 Wh zijn en dit moet duidelijk op het apparaat worden aangegeven (gelabeld, gegraveerd of geprint).
- Het gebruik van powerbanks aan boord is ten strengste verboden. Dit geldt ook voor het opladen van apparaten of het opladen van de powerbank zelf via stopcontacten in het vliegtuig.
- De powerbank moet worden uitgeschakeld en worden beschermd tegen kortsluiting en onbedoelde activering, bijv. door deze in de originele verpakking of een beschermhoes/etui te bewaren.
Powerbanks van meer dan 100 Wh zijn niet toegestaan.
Ongeacht de merknaam of de gebruikte terminologie – powerbank, draagbare oplader, batterijpakket, zakoplader of powerstation – zijn deze regels van toepassing als de primaire functie van het apparaat het leveren van draagbare stroom is.
Het niet naleven van bovenstaande vereisten en beperkingen kan leiden tot het weigeren van vervoer.
Veiligheidsaanbevelingen voor powerbanks:
- Zorg ervoor dat de powerbank altijd binnen handbereik is.
- Economy cabine: Plaats het in uw handbagage onder de stoel of in het opbergvak voor u.
- First en Business cabine: Plaats het in het opbergvak van de stoel.
- Plaats het niet in het bagagevak boven uw hoofd, omdat de bemanning er in geval van nood er dan misschien niet snel bij kan.